Op 1 september 2026 treedt het nieuwe Belgische Strafwetboek in werking. Een van de opvallendste veranderingen is dat het klassieke systeem wordt vervangen door een systeem met acht strafniveaus.
Voor gewone burgers is vooral interessant wat dat concreet betekent bij situaties die in het dagelijkse leven kunnen voorkomen: een pepperspray in de auto, een boksbeugel op zak, een vechtpartij na een verkeersconflict, wettige zelfverdediging of een zwaar verkeersongeval.
Belangrijk: een strafniveau is het wettelijke kader waarbinnen een misdrijf valt. Het betekent niet dat iedere veroordeelde automatisch de maximale gevangenisstraf krijgt. De rechter houdt rekening met de concrete omstandigheden, verzachtende omstandigheden, eventuele voorbedachtheid, het letsel, het gebruik van een wapen en andere factoren.
De 8 strafniveaus
| Niveau | Hoofdstraf voor natuurlijke personen | Voorbeelden |
|---|---|---|
| 1 | Geen gewone gevangenisstraf als hoofdstraf. Onder meer geldboete van €200 tot €20.000, werkstraf van 20 tot 120 uur, probatiestraf of verbeurdverklaring. | Lichtere misdrijven en bepaalde beperkte gewelddaden. |
| 2 | Onder meer gevangenisstraf van 6 maanden tot maximaal 3 jaar, elektronisch toezicht, werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur of probatiestraf. | Gewone diefstal en verschillende andere misdrijven van middelmatige ernst. |
| 3 | Gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot maximaal 5 jaar. | Onder meer oplichting en verschillende ernstigere strafbare feiten. |
| 4 | Gevangenisstraf van meer dan 5 jaar tot maximaal 10 jaar. | Ernstige misdrijven en bepaalde zeer ernstige gevolgen van geweld of verkeersgedrag. |
| 5 | Gevangenisstraf van meer dan 10 jaar tot maximaal 15 jaar. | Bijvoorbeeld bepaalde zeer ernstige geweldsmisdrijven. |
| 6 | Gevangenisstraf van meer dan 15 jaar tot maximaal 20 jaar. | Zeer zware misdrijven. |
| 7 | Gevangenisstraf van meer dan 20 jaar tot maximaal 30 jaar. | Doodslag: iemand opzettelijk doden met het oogmerk om te doden. |
| 8 | Levenslange gevangenisstraf. | Moord, genocide en andere uitzonderlijk zware misdrijven. |
Een belangrijk nieuw principe: gevangenisstraf is niet altijd de eerste keuze
Het nieuwe Strafwetboek bepaalt uitdrukkelijk dat een gevangenisstraf de laatst te overwegen straf moet zijn wanneer andere straffen of maatregelen de doelstellingen van de bestraffing kunnen bereiken.
Vooral bij niveau 2 is dat belangrijk. Wanneer een rechter binnen niveau 2 toch voor een gevangenisstraf kiest, moet hij motiveren waarom bijvoorbeeld een werkstraf, probatiestraf of elektronisch toezicht niet voldoende is.
Pepperspray: alleen bijhebben is al strafbaar
Pepperspray wordt in België niet beschouwd als een gewoon verdedigingsmiddel. Spuitbussen en sprays die bedoeld zijn voor zelfverdediging behoren tot de categorie van de verboden wapens.
Dat betekent dat het probleem al ontstaat vóór iemand de pepperspray daadwerkelijk gebruikt.
| Situatie | Juridische betekenis |
|---|---|
| Pepperspray thuis bezitten | Verboden bezit |
| Pepperspray in jas of tas dragen | Verboden bezit/dragen |
| Pepperspray in de auto bewaren | Verboden bezit/vervoer |
| Pepperspray nooit gebruikt | Het bezit kan nog steeds strafbaar zijn |
| Pepperspray uitsluitend voor zelfverdediging | Die reden maakt het bezit op zichzelf niet legaal |
Inbreuken op de Wapenwet vallen na de harmonisering met het nieuwe Strafwetboek in beginsel onder strafniveau 3. Dat wettelijke niveau betekent echter niet dat iemand die voor de eerste keer met één busje pepperspray wordt aangetroffen automatisch meer dan drie jaar effectief naar de gevangenis gaat.
Bij een gewone politiecontrole zonder geweld, bedreigingen, handel of andere criminaliteit zal de concrete afhandeling afhangen van politie, parket en eventueel de rechter. Het verboden wapen kan worden in beslag genomen, verbeurdverklaard en vernietigd.
Voorbeeld: pepperspray in de auto
Een bestuurder heeft een busje pepperspray in zijn middenconsole. Hij heeft het nooit gebruikt en verklaart dat hij regelmatig 's avonds laat vanuit zijn kantoor naar huis rijdt of loopt en het alleen bij zich houdt voor persoonlijke veiligheid.
Die uitleg kan de context verklaren, maar maakt de pepperspray niet legaal. De politie kan het wapen in beslag nemen en proces-verbaal opstellen.
Boksbeugel: juridisch hetzelfde uitgangspunt, praktisch veel gevaarlijker
Ook een boksbeugel staat uitdrukkelijk op de Belgische lijst van verboden wapens.
Alleen al het bezit of dragen ervan kan dus een overtreding van de Wapenwet opleveren. De algemene regel voor opzettelijke inbreuken op de Wapenwet is vanaf de invoering van het nieuwe systeem niveau 3.
| Situatie | Mogelijk juridisch gevolg |
|---|---|
| Politie vindt een boksbeugel in je tas | Overtreding Wapenwet; in beginsel niveau 3 |
| Boksbeugel ligt in de auto | Verboden bezit/vervoer |
| Nooit gebruikt | Gebruik van geweld is niet aan de orde, maar de Wapenwet wel |
| Iemand ermee bedreigen | Naast de Wapenwet kunnen andere strafbare feiten ontstaan |
| Iemand ermee slaan | Wapenwet + beoordeling van de gewelddaad en het veroorzaakte letsel |
Wat als je iemand met een boksbeugel slaat?
Dan wordt niet alleen naar het verboden wapen gekeken. Er ontstaat daarnaast een tweede strafrechtelijke vraag: welke lichamelijke gevolgen heeft het geweld veroorzaakt?
Het nieuwe Strafwetboek maakt bij gewelddaden een onderscheid volgens de ernst van de aantasting van de lichamelijke of psychische integriteit.
| Voorbeeld | Mogelijke kwalificatie |
|---|---|
| Een slag zonder ernstig letsel | Relatief laag basisniveau voor de gewelddaad, afhankelijk van de precieze feiten |
| Ernstiger letsel | Hoger niveau afhankelijk van de graad van integriteitsaantasting |
| Zeer ernstig of blijvend letsel | Nog hoger strafniveau mogelijk |
| Slachtoffer overlijdt zonder dat de dader wilde doden | Geweld met de dood tot gevolg; de precieze omstandigheden bepalen het niveau |
| Dader sloeg met de bedoeling het slachtoffer te doden | Kan doodslag zijn: niveau 7 |
| Dader had vooraf gepland het slachtoffer te doden | Kan moord zijn: niveau 8 |
Het gebruik van een wapen is bovendien een belangrijke verzwarende factor bij de beoordeling van geweld.
Blote handen versus een verboden wapen
Dat verschil wordt bijzonder duidelijk bij zelfverdediging.
Stel dat iemand op straat of tijdens een verkeersconflict fysiek wordt aangevallen.
Situatie A: verdediging met blote handen
De aanvaller probeert je te slaan. Je duwt hem weg of slaat één keer terug om de aanval te stoppen en vlucht vervolgens.
Wanneer aan de wettelijke voorwaarden van wettige verdediging is voldaan, kan het geweld gerechtvaardigd zijn. Er is dan voor die verdedigingshandeling geen strafbaar misdrijf.
Situatie B: verdediging met pepperspray
De aanvaller probeert je te slaan. Je gebruikt pepperspray uitsluitend om hem te stoppen en vertrekt onmiddellijk.
Ook hier kan het daadwerkelijke gebruik van geweld eventueel als wettige verdediging worden beoordeeld. Maar er blijft een afzonderlijk probleem bestaan: je bezat vóór de aanval al een verboden wapen.
Situatie C: verdediging met een boksbeugel
De aanvaller probeert je te slaan en je slaat terug met een boksbeugel.
De rechter moet dan onder meer beoordelen:
- was er werkelijk een onmiddellijke en onrechtmatige aanval?
- was verdediging noodzakelijk?
- was de reactie evenredig?
- hoe ernstig was het veroorzaakte letsel?
- stopte je zodra het gevaar voorbij was?
Daarnaast blijft het bezit van de boksbeugel als verboden wapen afzonderlijk relevant.
Voorbeeld uit het verkeer: parkeerincident dat escaleert
Stel:
Je parkeert en raakt heel licht de auto naast je. Er is geen zichtbare schade. De andere bestuurder stapt uit, begint te schelden en wordt steeds agressiever.
Je reageert niet en probeert de confrontatie te vermijden. Vervolgens probeert de andere bestuurder jou daadwerkelijk aan te vallen.
Vanaf dat moment zijn verschillende situaties mogelijk.
| Reactie | Mogelijke juridische beoordeling |
|---|---|
| Je loopt weg | Geen geweld gebruikt |
| Je duwt de aanvaller weg om te ontsnappen | Kan wettige verdediging zijn |
| Je slaat één keer met je hand om de aanval te stoppen | Kan wettige verdediging zijn indien noodzakelijk en evenredig |
| Je gebruikt pepperspray om te ontsnappen | Gebruik kan eventueel als verdediging worden beoordeeld, maar pepperspray blijft een verboden wapen |
| Je slaat met een boksbeugel | Gebruik van een verboden wapen + beoordeling van geweld en letsel |
| De aanvaller ligt op de grond en jij blijft slaan | Wettige verdediging wordt veel moeilijker, omdat de onmiddellijke aanval mogelijk al beëindigd was |
Wat als iemand tijdens een vechtpartij toevallig overlijdt?
Niet iedere dood tijdens een vechtpartij is juridisch een moord of doodslag.
Het verschil zit voornamelijk in de bedoeling van de dader.
| Situatie | Juridisch uitgangspunt |
|---|---|
| Je verdedigt jezelf rechtmatig en de aanvaller overlijdt door een ongelukkige val | Bij erkende wettige verdediging kan er voor de verdedigingshandeling geen misdrijf zijn |
| Je wilde iemand slaan, niet doden, maar hij valt met zijn hoofd tegen een borduur en overlijdt | Geen automatische doodslag; de rechter onderzoekt het geweld, de bedoeling en het causale verband |
| Je wilde hem daadwerkelijk doden | Doodslag — niveau 7 |
| Je besloot vooraf hem te doden en voerde dat plan uit | Moord — niveau 8 |
Doodslag en moord zijn juridisch niet hetzelfde
Doodslag is volgens het nieuwe Strafwetboek het doden van een andere persoon met het oogmerk om hem te doden.
Doodslag valt onder niveau 7.
Moord is doodslag gepleegd met voorbedachtheid.
Moord valt onder niveau 8 en kan dus tot levenslange gevangenisstraf leiden.
Voorbedachtheid betekent niet simpelweg dat er enkele seconden tussen gedachte en daad zitten. Er moet sprake zijn van een voldoende overwogen en gepland besluit waarbij voldoende tijd aanwezig was om op dat besluit terug te komen.
Verkeer: niet elke verkeersovertreding valt automatisch onder de 8 niveaus
Dit is een belangrijke nuance. België heeft naast het Strafwetboek nog steeds de Wegverkeerswet en de bijbehorende verkeersreglementering.
Een gewone snelheidsovertreding, fout parkeren, door rood rijden, gsm-gebruik achter het stuur of alcohol achter het stuur wordt dus niet automatisch simpelweg vertaald naar "niveau 1, 2 of 3". Voor veel van die feiten blijven specifieke verkeersstraffen, geldboetes en rijverboden bestaan.
Maar wanneer verkeersgedrag leidt tot bijvoorbeeld de dood van een persoon, komt het nieuwe Strafwetboek rechtstreeks in beeld.
Dodelijk verkeersongeval: niveau 3
Het nieuwe Strafwetboek bepaalt dat het doden van iemand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bij deelname aan het verkeer wordt bestraft met niveau 3.
Dat betekent een wettelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot maximaal vijf jaar, naast mogelijke bijkomende straffen zoals een verval van het recht tot sturen wanneer de toepasselijke wetgeving daarin voorziet.
Voorbeeld
Een bestuurder is ernstig onoplettend, veroorzaakt daardoor een zwaar ongeval en een andere weggebruiker overlijdt.
Wanneer het vereiste ernstige gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bewezen wordt, kan de strafrechtelijke kwalificatie onder het nieuwe Strafwetboek niveau 3 zijn.
Verzwaarde doding in het verkeer: niveau 4
Bij bepaalde bijzonder zware omstandigheden kan een dodelijk verkeersongeval worden bestraft met niveau 4.
Dat betekent een gevangenisstraf van meer dan vijf tot maximaal tien jaar.
De wet noemt onder meer volgende omstandigheden:
- een overtreding van de vierde graad;
- door het rode licht rijden;
- een mobiel elektronisch apparaat met scherm vasthouden of manipuleren tijdens het rijden, wanneer het niet correct in een houder bevestigd is;
- meer dan 40 km/u boven de maximumsnelheid rijden;
- meer dan 30 km/u te snel rijden binnen de bebouwde kom, een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf;
- rijden zonder het vereiste geldige rijbewijs of terwijl het rijbewijs ingetrokken, geschorst of ingehouden is;
- rijden in staat van dronkenschap of een soortgelijke toestand door stoffen die de alertheid verminderen;
- een voertuig besturen zonder verplicht alcoholslot wanneer het rijbewijs tot voertuigen met alcoholslot beperkt is.
Voorbeeld: smartphone + dodelijk ongeval
Een bestuurder kijkt tijdens het rijden naar zijn smartphone, merkt een stilstaand voertuig of een fietser te laat op en veroorzaakt een dodelijke aanrijding.
Wanneer aan de wettelijke voorwaarden voor de verzwaarde verkeersdoding is voldaan, kan de zaak naar niveau 4 gaan.
Voorbeeld: zeer zware snelheidsovertreding
Een bestuurder rijdt 95 km/u waar slechts 50 km/u is toegestaan en veroorzaakt door zijn rijgedrag een dodelijk ongeval.
Omdat hij meer dan 30 km/u boven de maximumsnelheid rijdt binnen de bebouwde kom, kan die omstandigheid aanleiding geven tot de verzwaarde kwalificatie en dus niveau 4.
Voorbeeld: alcohol en een dodelijk ongeval
Een bestuurder verkeert in staat van dronkenschap, veroorzaakt door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid een ongeval en iemand overlijdt.
Ook dronkenschap behoort tot de omstandigheden waardoor de feiten onder de verzwaarde regeling kunnen vallen: niveau 4.
Maar alcohol zonder ongeval is niet automatisch niveau 4
Dit moet duidelijk worden onderscheiden.
Iemand die dronken achter het stuur wordt aangetroffen maar geen dodelijk ongeval veroorzaakt, krijgt niet alleen daardoor niveau 4 van het nieuwe Strafwetboek.
Daarvoor blijft in eerste instantie de specifieke verkeerswetgeving van toepassing, met onder andere geldboetes, tijdelijk rijverbod, mogelijk verval van het recht tot sturen en andere maatregelen afhankelijk van de omstandigheden.
Door rood rijden: hetzelfde principe
Alleen door rood rijden is een verkeersovertreding en wordt behandeld volgens de verkeerswetgeving.
Maar:
door rood rijden + ernstig gebrek aan voorzichtigheid + iemand overlijdt
kan onder de verzwaarde verkeersdoding vallen en daarmee niveau 4 bereiken.
Verkeersagressie is iets anders dan een verkeersovertreding
Een ruzie die toevallig op de weg begint, is juridisch niet noodzakelijk een verkeersmisdrijf.
Voorbeeld:
Twee bestuurders krijgen ruzie na een parkeerincident. Een bestuurder stapt uit en slaat de andere bestuurder.
Het feit dat de aanleiding een parkeerincident was, maakt de slag zelf geen gewone verkeersovertreding. Voor die fysieke confrontatie gelden de bepalingen over gewelddaden.
Wordt daarbij een pepperspray, boksbeugel of ander verboden wapen gebruikt, dan kan daarnaast ook de Wapenwet van toepassing zijn.
Een auto zelf kan in bepaalde omstandigheden een wapen worden
Er is bovendien een fundamenteel verschil tussen een verkeersongeval en het bewust gebruiken van een auto om iemand aan te rijden.
Wie door een ernstige verkeersfout iemand doodt, kan onder de bepalingen over doding in het verkeer vallen.
Wie daarentegen bewust zijn auto op een persoon richt met het doel die persoon te doden, bevindt zich juridisch in een totaal andere categorie. Dan kan sprake zijn van doodslag en dus niveau 7, en bij voorbedachtheid eventueel moord en niveau 8.
De auto is dan niet meer alleen een vervoermiddel waarmee een ongeval gebeurde, maar kan volgens de omstandigheden als middel of wapen voor een opzettelijk geweldsmisdrijf worden beschouwd.
Samenvatting: verkeerssituaties
| Situatie | Belangrijkste juridische kader | Mogelijk niveau |
|---|---|---|
| Gewone lichte snelheidsovertreding | Verkeerswetgeving | Niet simpelweg een niveau uit het Strafwetboek |
| Door rood rijden zonder ongeval | Verkeerswetgeving | Specifieke verkeerssanctie |
| Dronken rijden zonder ongeval | Verkeerswetgeving | Specifieke verkeerssancties en mogelijk rijverbod |
| Dodelijk verkeersongeval door ernstig gebrek aan voorzichtigheid | Nieuw Strafwetboek | Niveau 3 |
| Dodelijk ongeval + bepaalde zware omstandigheden zoals dronkenschap, zeer zware snelheid of smartphonegebruik | Verzwaarde doding in het verkeer | Niveau 4 |
| Bewust iemand aanrijden met bedoeling hem te doden | Doodslag | Niveau 7 |
| Vooraf plannen iemand met de auto te doden | Moord | Niveau 8 |
Samenvatting: zelfverdediging en wapens
| Situatie | Belangrijk onderscheid |
|---|---|
| Blote handen gebruiken bij noodzakelijke zelfverdediging | Kan volledig gerechtvaardigd zijn als wettige verdediging |
| Pepperspray uitsluitend bij zich dragen | Pepperspray is reeds een verboden wapen; Wapenwet kan van toepassing zijn |
| Boksbeugel uitsluitend bij zich dragen | Boksbeugel is reeds een verboden wapen; Wapenwet kan van toepassing zijn |
| Pepperspray gebruiken tegen een daadwerkelijke aanvaller | Gebruik kan eventueel gerechtvaardigd zijn, maar verboden bezit blijft een afzonderlijke kwestie |
| Boksbeugel gebruiken tegen iemand | Verboden wapen + beoordeling van het geweld + ernst van het letsel |
| Na beëindiging van de aanval blijven slaan | Veel moeilijker om als noodzakelijke wettige verdediging te rechtvaardigen |
Conclusie
Het nieuwe Belgische Strafwetboek maakt vanaf 1 september 2026 veel duidelijker zichtbaar hoe zwaar een bepaald misdrijf juridisch wordt ingeschat. De acht niveaus lopen van alternatieve straffen en boetes op niveau 1 tot levenslange gevangenisstraf op niveau 8.
Maar het systeem mag niet te mechanisch worden gelezen. Eén handeling kan onder verschillende wetten vallen en de context blijft essentieel.
Een pepperspray of boksbeugel alleen bij zich hebben is bijvoorbeeld al problematisch omdat het om een verboden wapen gaat. Het daadwerkelijk gebruiken ervan brengt vervolgens de regels over geweld, lichamelijk letsel en eventueel wettige verdediging in beeld.
Ook in het verkeer bestaat geen regel dat iedere overtreding automatisch een strafniveau krijgt. Veel verkeersfeiten blijven onder de specifieke verkeerswetgeving vallen. Wanneer ernstig foutief verkeersgedrag echter tot een dodelijk slachtoffer leidt, kan het nieuwe Strafwetboek rechtstreeks van toepassing worden: niveau 3 voor doding in het verkeer en in bepaalde verzwaarde omstandigheden niveau 4.
Het belangrijkste principe blijft daarom telkens hetzelfde: niet alleen kijken naar wat iemand deed, maar ook naar waarom hij het deed, met welke bedoeling, onder welke omstandigheden en welke gevolgen het heeft veroorzaakt.
Dit artikel is algemene juridische informatie en geen individueel juridisch advies. De precieze kwalificatie en straf hangen altijd af van de concrete feiten, de toepasselijke wetgeving en de beoordeling door het parket en de rechtbank.
Wat verandert er nog vanaf 1 september 2026?
De invoering van de acht strafniveaus is slechts één onderdeel van de hervorming. Het nieuwe Belgische Strafwetboek verandert ook de manier waarop rechters naar straffen kijken, introduceert nieuwe misdrijven en zorgt tegelijkertijd voor een complexe overgangsperiode.
Voor de burger moet het strafrecht uiteindelijk duidelijker worden. Voor advocaten, magistraten, parketten en rechtbanken wordt het de komende jaren echter juist ingewikkelder, omdat het oude en het nieuwe systeem nog lange tijd naast elkaar zullen bestaan.
Waarom was een nieuw Strafwetboek nodig?
Het Belgische Strafwetboek dateert uit 1867 en bouwde voort op strafrechtelijke principes uit de Napoleontische periode. Sindsdien is niet alleen de samenleving fundamenteel veranderd, maar ook de aard van criminaliteit.
Denk bijvoorbeeld aan cybercriminaliteit, digitale fraude en moderne vormen van georganiseerde criminaliteit. Daarnaast zijn maatschappelijke opvattingen over onderwerpen zoals seksueel geweld, partnergeweld, intrafamiliaal geweld en milieuschade sterk geëvolueerd.
Het oude wetboek werd gedurende meer dan anderhalve eeuw voortdurend aangepast. Daardoor ontstond geleidelijk een ingewikkeld geheel van oorspronkelijke bepalingen, latere wijzigingen en uitzonderingen. De wetgever koos daarom uiteindelijk voor een volledige herwerking in plaats van opnieuw afzonderlijke onderdelen aan te passen.
Gevangenisstraf moet zoveel mogelijk het laatste middel zijn
Een belangrijk uitgangspunt van het nieuwe systeem is het principe van ultimum remedium. Een gevangenisstraf moet, waar de wet dat toelaat, niet automatisch de eerste sanctie zijn waaraan wordt gedacht.
Rechters kunnen afhankelijk van het strafniveau en de concrete omstandigheden ook andere sancties overwegen.
- een werkstraf;
- elektronisch toezicht;
- een probatiestraf;
- een geldboete;
- verbeurdverklaring;
- een beroepsverbod of andere bijkomende straffen;
- in bepaalde gevallen een eenvoudige schuldigverklaring.
Een probatiestraf kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan concrete voorwaarden. Bij agressieproblematiek kan begeleiding of een cursus agressiebeheersing onderdeel worden van de opgelegde voorwaarden.
Het uitgangspunt is dus niet dat gevangenisstraffen verdwijnen, maar dat een rechter beter moet afwegen welke straf in een concrete zaak noodzakelijk en passend is.
Criminele winst kan tot een zware financiële sanctie leiden
Een interessante vernieuwing is de mogelijkheid om een geldstraf te koppelen aan het economische voordeel dat met een misdrijf werd behaald of werd nagestreefd.
Daarmee wil de wetgever voorkomen dat winstgedreven criminaliteit financieel aantrekkelijk blijft, zelfs wanneer de dader wordt veroordeeld.
Voorbeeld: winst uit oplichting
```Stel dat iemand door grootschalige oplichting een voordeel van 1 miljoen euro behaalt. De voordeelgerelateerde geldstraf kan, wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, oplopen tot drie keer het behaalde of nagestreefde voordeel.
In dit voorbeeld kan het dus om een financiële sanctie tot 3 miljoen euro gaan.
```Dat staat los van andere mogelijke gevolgen van een veroordeling. Het idee daarachter is eenvoudig: criminaliteit moet niet alleen strafrechtelijk worden bestraft, maar mag uiteindelijk ook economisch niet lonen.
Nieuwe misdrijven komen erbij, oude verdwijnen
De modernisering betekent eveneens dat bepaalde historische strafbaarstellingen uit het algemene Strafwetboek verdwijnen, terwijl nieuwe vormen van criminaliteit expliciet worden opgenomen.
Een opvallend voorbeeld is ecocide. Daarmee krijgt uitzonderlijk ernstige milieuschade een eigen plaats binnen het strafrecht. De zwaarste gevallen kunnen bijzonder streng worden bestraft.
Tegelijk verdwijnen bepalingen die nauwelijks nog bij de huidige samenleving passen. Zo verdwijnt onder meer het vroegere misdrijf rond nachtgerucht en nachtrumoer uit het Strafwetboek.
Meer aandacht voor intrafamiliaal en gendergerelateerd geweld
Ook de veranderde maatschappelijke kijk op geweld is in het nieuwe wetboek terug te vinden. De context waarin geweld wordt gepleegd, kan een belangrijke rol spelen bij de juridische beoordeling.
Dat geldt onder andere voor intrafamiliaal geweld, partnergeweld en bepaalde vormen van gendergerelateerd geweld. De relatie tussen dader en slachtoffer en andere omstandigheden kunnen daardoor juridisch zwaarder doorwegen.
Betekent het nieuwe Strafwetboek dat straffen milder worden?
Niet noodzakelijk.
De grotere nadruk op alternatieven voor gevangenisstraf kan de indruk wekken dat het nieuwe systeem vooral soepeler wordt. Dat is slechts een deel van het verhaal.
Voor bepaalde feiten ontstaat inderdaad meer ruimte voor alternatieve sancties en individueel maatwerk. Tegelijk zijn nieuwe misdrijven ingevoerd, kunnen bepaalde ernstige feiten zwaar worden bestraft en spelen verzwarende omstandigheden een belangrijke rol.
Het nieuwe Strafwetboek is dus niet simpelweg een milder Strafwetboek. Afhankelijk van het misdrijf en de omstandigheden kan de nieuwe regeling gunstiger, vergelijkbaar of juist strenger uitvallen.
Wat gebeurt er met misdrijven van vóór 1 september?
Hier ontstaat waarschijnlijk een van de moeilijkste praktische gevolgen van de hervorming.
Feiten die vanaf 1 september 2026 worden gepleegd, worden volgens het nieuwe Strafwetboek beoordeeld. Maar duizenden oudere strafdossiers zijn op dat moment nog niet definitief afgehandeld.
Sommige zaken bevinden zich nog in de onderzoeksfase. Andere wachten op behandeling voor de rechtbank. Daarnaast zijn er dossiers waarin al een uitspraak in eerste aanleg bestaat, maar waarin nog hoger beroep loopt.
Daardoor verdwijnt het oude Strafwetboek niet plotseling uit de Belgische rechtszalen.
De gunstigste strafwet moet worden toegepast
Voor oudere feiten speelt een belangrijk strafrechtelijk beginsel: wanneer de wetgeving tussen het moment van de feiten en de uiteindelijke beoordeling verandert, moet worden onderzocht welke regeling voor de verdachte of beklaagde het gunstigst is.
In eenvoudige situaties kan die vergelijking duidelijk zijn. In andere dossiers wordt het bijzonder ingewikkeld.
Wat is eigenlijk de zwaarste straf?
```Is twee jaar effectieve gevangenisstraf zwaarder dan een lange periode onder elektronisch toezicht?
Is een korte gevangenisstraf met een zeer hoge geldboete zwaarder dan een langere vrijheidsstraf zonder zo'n financiële sanctie?
En hoe vergelijk je een korte gevangenisstraf met de verbeurdverklaring van bijvoorbeeld 100.000 euro?
```Verschillende soorten straffen kunnen niet altijd eenvoudig mathematisch met elkaar worden vergeleken. Rechters zullen daarom per zaak moeten bepalen welk wettelijk regime daadwerkelijk gunstiger is.
Oud en nieuw Strafwetboek zullen nog jaren naast elkaar bestaan
Het gevolg is dat advocaten en magistraten waarschijnlijk nog jarenlang met beide systemen moeten werken.
Voor nieuwe feiten geldt het nieuwe Strafwetboek, terwijl bij oudere dossiers telkens moet worden onderzocht welke bepalingen toepasselijk zijn en welke regeling voor de betrokken persoon het gunstigste resultaat oplevert.
Daarbij zullen onvermijdelijk interpretatieverschillen ontstaan tussen rechtbanken. Uiteindelijk zal hogere rechtspraak duidelijkheid moeten brengen over een aantal van deze vragen.
Het Hof van Cassatie zal daarin een belangrijke rol spelen. Bij grondwettelijke vragen kan ook het Grondwettelijk Hof tussenkomen. Sommige principiële kwesties kunnen uiteindelijk zelfs op Europees niveau terechtkomen.
Een historisch moment, maar geen eenvoudige overgang
Op papier moet het nieuwe Strafwetboek het Belgische strafrecht moderner, logischer en overzichtelijker maken. Op langere termijn kan een duidelijke structuur met acht strafniveaus inderdaad gemakkelijker hanteerbaar worden dan een wetboek dat gedurende meer dan 150 jaar voortdurend werd aangepast.
Op korte termijn ontstaat echter juist extra complexiteit.
Politie, parketten, advocaten, magistraten en rechtbanken moeten vertrouwd raken met nieuwe begrippen, nieuwe misdrijven, nieuwe sancties en een andere systematiek. Tegelijk moeten zij voor oudere zaken het vorige systeem blijven beheersen.
1 september 2026 betekent daarom niet dat het oude Belgische strafrecht van de ene dag op de andere verdwijnt. Het is het begin van een overgangsperiode waarin twee juridische werelden nog jarenlang naast elkaar zullen bestaan.
Dit artikel bevat algemene informatie over het nieuwe Belgische Strafwetboek en is geen individueel juridisch advies. De juridische kwalificatie en mogelijke straf hangen altijd af van de concrete feiten en omstandigheden van een dossier.

Reacties
Een reactie posten